Blogs / 

Het EU e-Evidence-pakket: wat dienstaanbieders moeten weten

IT, Privacy & Cybersecurity

30 juli 2026

Geschreven door

Jeroen van Helden

Blog Image

Vanaf 18 augustus 2026 verandert een nieuw EU-kader de manier waarop rechtshandhavingsautoriteiten elektronisch bewijsmateriaal bij dienstaanbieders opvragen. Biedt uw organisatie diensten aan gebruikers in de Europese Unie – bijvoorbeeld als aanbieder van clouddiensten, hostingdiensten, elektronischecommunicatiediensten of diensten in verband met internetdomeinnamen – dan kan het e-Evidence-pakket gevolgen voor u hebben.

Wat is het e-Evidence-pakket?

Het e-Evidence-pakket bestaat uit Verordening (EU) 2023/1543 en Richtlijn (EU) 2023/1544. Samen maken deze het mogelijk dat rechterlijke autoriteiten in een EU-lidstaat rechtstreeks elektronisch bewijsmateriaal opvragen bij dienstaanbieders die actief zijn in de EU, ongeacht waar de gegevens zijn opgeslagen. Het kader introduceert twee nieuwe juridische instrumenten:

  • Europese verstrekkingsbevelen, waarmee een dienstaanbieder wordt verplicht om specifieke elektronische gegevens te verstrekken;
  • Europese bewaringsbevelen, waarmee een dienstaanbieder wordt verplicht om specifieke gegevens te bewaren in afwachting van een daaropvolgend verzoek om verstrekking.

Wie valt onder de definitie van ‘dienstaanbieder’?

Het kader heeft een brede reikwijdte. Het is van toepassing op aanbieders van elektronischecommunicatiediensten, diensten in verband met internetdomeinnamen en IP-nummering, en andere diensten van de informatiemaatschappij die communicatie tussen gebruikers mogelijk maken of namens gebruikers gegevens opslaan en verwerken, waaronder hosting- en clouddiensten.

Als uw organisatie dergelijke diensten aanbiedt, is het e-Evidence-pakket waarschijnlijk op u van toepassing.

Wat betekent dit voor dienstaanbieders?

1. Wijs een vestiging aan of benoem een wettelijke vertegenwoordiger

Dienstaanbieders die in de EU zijn gevestigd, moeten een vestiging aanwijzen die verantwoordelijk is voor het ontvangen en beantwoorden van bevelen. Dienstaanbieders die buiten de EU zijn gevestigd, maar binnen de EU diensten aanbieden, moeten een wettelijke vertegenwoordiger in een lidstaat benoemen.

 

2. Registreer de vestiging of wettelijke vertegenwoordiger

De aangewezen vestiging of wettelijke vertegenwoordiger moet worden geregistreerd via het centrale registratieplatform van de Europese Commissie.

 

3. Bereid u voor op elektronische communicatie

Bevelen worden uitgewisseld via een gedecentraliseerd EU-breed IT-systeem (zie voor de technische specificaties Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1550 van de Commissie). In Nederland zijn de geplande webinterface en API nog in ontwikkeling en naar verwachting worden deze in het eerste kwartaal van 2027 volledig operationeel.

Tot die tijd zullen verzoeken om elektronisch bewijsmateriaal nog via de bestaande kanalen voor internationale rechtshulp worden afgehandeld.

 

4. Houd rekening met strikte termijnen

Zodra een geldig bevel is ontvangen, moeten dienstaanbieders snel handelen. De standaardtermijn voor Europese verstrekkingsbevelen bedraagt tien dagen. In noodsituaties waarin sprake is van een onmiddellijk gevaar voor het leven, de lichamelijke integriteit of kritieke infrastructuur wordt deze termijn verkort tot acht uur.

De Verordening biedt slechts beperkte mogelijkheden om een bevel aan te vechten of te weigeren, bijvoorbeeld bij kennelijke fouten, onvolledige verzoeken of feitelijke onmogelijkheid om aan het bevel te voldoen.

 

5. Richt interne complianceprocessen in

Dienstaanbieders moeten procedures implementeren voor het ontvangen, authenticeren en verwerken van bevelen, het identificeren en bewaren van relevante gegevens, het verstrekken van informatie binnen de toepasselijke termijnen en – waar nodig – het indienen van bezwaren via de mechanismen die de Verordening daarvoor biedt.

Wanneer gaan de nieuwe regels gelden?

De Verordening is van toepassing vanaf 18 augustus 2026. Hoewel de lidstaten de Richtlijn uiterlijk op 18 februari 2026 in hun nationale wetgeving hadden moeten omzetten, hebben verschillende lidstaten dit nog niet gedaan, waaronder Nederland.

De Nederlandse implementatiewetgeving ligt nog bij de Tweede Kamer. Dit kan gevolgen hebben voor de praktische registratie van aangewezen vestigingen of wettelijke vertegenwoordigers in Nederland.

Het grotere geheel

Het e-Evidence-pakket weerspiegelt een bredere ontwikkeling richting rechtstreekse samenwerking tussen technologiebedrijven en rechtshandhavingsautoriteiten. Organisaties die binnen de reikwijdte van het pakket vallen, doen er goed aan om nu al met de voorbereidingen te beginnen.

Door tijdig actie te ondernemen, kunnen organisaties ervoor zorgen dat zij aan het nieuwe kader voldoen en operationele problemen voorkomen zodra de eerste verzoeken binnenkomen.

Vragen?

Wilt u meer weten over het e-Evidence-pakket? Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten binnen het team IT, Privacy & Cybersecurity.

Nieuwsbrief

Wilt u maandelijks een overzicht ontvangen van onze nieuwste juridische updates en blogartikelen? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief.