Deze website gebruikt cookies

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om sociale mediafuncties aan te bieden en om ons verkeer te analyseren. We delen ook informatie over uw gebruik van onze site met onze sociale media-, advertentie- en analysepartners, die deze kunnen combineren met andere informatie die u aan hen heeft verstrekt of die zij hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun diensten.

Onze privacyverklaring:

Blogs / 

Hoge Raad biedt duidelijkheid inzake overgang van onderneming bij intra concern tewerkgestelde werknemers

Arbeid, Medezeggenschap & Mediation

15 april 2013

Geschreven door

Annemarie van Egmond

Blog Image
Voor de toepasselijkheid van de regels inzake overgang van onderneming (art. 7:663 BW) is het niet nodig dat werknemers die te werk zijn gesteld bij de overgedragen onderneming ook formeel een arbeidsovereenkomst hebben met die onderneming. Dit heeft de Hoge Raad besloten in de Albron-zaak.

De casus:

De casus was als volgt. Alle werknemers van Heineken hebben een arbeidsovereenkomst met een personeelsvennootschap en worden gedetacheerd bij verschillende werkmaatschappijen van Heineken. Werknemer in kwestie was tewerkgesteld als medewerker catering bij een werkmaatschappij van Heineken. De cateringactiviteiten zijn op een bepaald moment uitbesteed aan Albron. Vervolgens is tussen werknemer en Albron discussie ontstaan over de toepasselijke arbeidsvoorwaarden. De rechten en plichten die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst gaan bij een overgang van onderneming namelijk over op de verkrijger.

Richtlijn

Art. 7:663 BW is gebaseerd op een Europese richtlijn. De terminologie van de richtlijn wijkt af van art. 7:663 BW. Die bepaling spreekt over “werkgever” en “arbeidsovereenkomst”. De Richtlijn spreekt over “vervreemder” en “arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking”. Volgens Albron zou art. 7:663 BW niet van toepassing zijn. De werknemer was slechts gedetacheerd bij een dochtermaatschappij van Heineken en deze dochtermaatschappij kon volgens Albron niet als werkgever in de zin van art. 7:663 BW worden aangemerkt.

Hof Amsterdam

Werknemer kreeg van het Hof Amsterdam gelijk nadat het Hof van Justitie prejudiciële vragen in het nadeel van Albron had uitgelegd. De werkmaatschappij waar werknemer feitelijk was tewerkgesteld wordt beschouwd als werkgever in de zin van art. 7:633 BW, zodat de rechten en verplichtingen van Heineken zijn overgegaan op Albron. Albron heeft cassatie ingesteld en aangevoerd dat het hof Amsterdam met de uitleg van art. 7:663 BW de richtlijnconforme uitleg te buiten gaat.

Hoge raad

De Hoge Raad gaat uitgebreid in op de richtlijnconforme uitleg van het begrip “werkgever” in art. 7:663 BW. Hiermee wordt volgens de Hoge Raad hetzelfde bedoeld als met “vervreemder”. Voor zover er nog onduidelijkheid bestond over het begrip “werkgever” is dit nu door de Hoge Raad weggenomen.

Vragen?

Heeft u vragen over bovenstaande casus, neemt u dan contact op met ons team Arbeid, Medezeggenschap & Mediation.