Deze website gebruikt cookies

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om sociale mediafuncties aan te bieden en om ons verkeer te analyseren. We delen ook informatie over uw gebruik van onze site met onze sociale media-, advertentie- en analysepartners, die deze kunnen combineren met andere informatie die u aan hen heeft verstrekt of die zij hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun diensten.

Onze privacyverklaring:

Blogs / 

Blogserie WBTR deel 5 - De vervulling van bestuurs- en toezichtstaken

Ondernemingsrecht

12 mei 2021

Geschreven door

Tim de Vries

Blog Image
Op 1 juli 2021 treedt de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (“WBTR”) in werking. Deze wet verduidelijkt en verandert de regeling voor het bestuur en toezicht bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen. Met de aanpassingen wordt meer aangesloten bij de bestaande regels voor de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De ophanden zijnde wijzigingen hebben in potentie een aanzienlijke impact op de interne bestuursstructuur en het handelen binnen stichtingen en verenigingen. De inwerkingtreding van de WBTR is dan ook een goed moment om deze tegen het licht te houden. Bent u benieuwd wat er wijzigt? Onze specialisten nemen u mee in deze blogserie WBTR waarin zij elke keer een ander onderwerp van de WBTR behandelen. In dit deel van de blogserie wordt ingegaan op de taakvervulling door het bestuur en de raad van toezicht.

Uniformering van norm voor taakvervulling bestuurders en commissarissen

De norm waarnaar bestuurders en commissarissen zich bij de vervulling van hun taak moeten richten, is voor de naamloze vennootschap (N.V.) en de besloten vennootschap (B.V.) uitdrukkelijk in de wet vastgelegd.

Bestuurders van verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen

Voor bestuurders van de N.V. en de B.V. bepaalt de wet dat zij zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming (artikel 2:129/239 lid 5 BW).

Bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen ontbreekt een dergelijke normstelling. Ook bij deze rechtspersonen worden bestuurders en commissarissen echter geconfronteerd met een samenloop van belangen. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om de belangen van leden, donateurs, schuldeisers, werknemers en vrijwilligers. Met het wetsvoorstel wordt daarom in de wet opgenomen dat bestuurders en commissarissen zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie (de nieuwe artikelen 2:9 lid 3 en 2:11 lid 4 BW).

Hiermee komt deze norm te gelden voor bestuurders en commissarissen van alle rechtspersonen. Voor wat betreft de N.V. en de B.V. betekent dit geen verandering.

Voor alle rechtspersonen gaat gelden dat de bestuurders bij de vervulling van hun taak de belangen van de rechtspersoon moeten laten prevaleren boven hun eigen belangen.

Raad van commissarissen van verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen

De nieuwe wet bepaalt dat de raad van commissarissen de taak heeft toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. De raad van commissarissen staat het bestuur met raad terzijde. De statuten kunnen aanvullende bepalingen bevatten omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad van commissarissen en van zijn leden.

Met de wetswijziging gaat ook voor commissarissen van verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen gelden dat zij jegens de rechtspersoon gehouden zijn tot een behoorlijke vervulling van hun taak. De commissarissen richten zich bij de vervulling van hun taak naar het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Voor commissarissen van de N.V. en de B.V. bestaat een dergelijke bepaling al langer (artikel 2:140/250 lid 2 BW).

Overigens werkte een deel van de verenigingen en stichtingen al met een raad van commissarissen, ook al ontbrak een uitdrukkelijke wettelijke grondslag daarvoor. In de praktijk worden deze raden van commissarissen veelal ‘raden van toezicht’ genoemd, bijvoorbeeld bij onderwijsinstellingen. Voor de toepassing van de wettelijke regeling maakt het strikt genomen niet uit hoe het orgaan door de rechtspersoon zelf wordt aangeduid. Wanneer in de statuten een orgaan van de rechtspersoon wordt ingesteld en daarbij aan dat orgaan de taak wordt toegekend om toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie, is dat orgaan een raad van commissarissen in de zin van de wet. Het orgaan heeft in dat geval de taken en de bevoegdheden die door de wet aan een raad van commissarissen worden toebedeeld.

Heeft u naar aanleiding van deze blog of deze blogserie vragen over de WBTR of een specifiek onderwerp daarvan? Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten! Zij beantwoorden uw vragen graag.

_________________________________________________________________________________________________________________________

Blogserie WBTR

Deel 1: Tegenstrijdig belang in de nieuwe WBTR

Deel 2: Ontslag stichtingsbestuurder

Deel 3: Toezicht bij stichtingen en verenigingen

Deel 4: Belet en ontstentenis

Deel 5: De vervulling van bestuurs- en toezichtstaken

Deel 6: Faillissementsaansprakelijkheid bij stichtingen en verenigingen