
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 16 juni 2026 een belangrijke uitspraak gedaan over de kwalificatie van arbeidsrelaties binnen de platformeconomie (ECLI:NL:GHAMS:2026:1612). Het hof zet een duidelijke stap: werkers die via het platform van Temper werkzaamheden verrichten, zijn werkzaam op basis van een uitzendovereenkomst. Daarmee vernietigt het hof het eerdere oordeel van de rechtbank Amsterdam, die nog had geoordeeld dat geen sprake was van een uitzendrelatie. De uitspraak onderstreept opnieuw dat bij de kwalificatie van arbeidsrelaties niet de gekozen contractvorm, maar de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden doorslaggevend is.
Temper exploiteert sinds 2016 een online platform waarop werkers en opdrachtgevers elkaar kunnen vinden voor kortdurende werkzaamheden, met name in de horeca, logistiek en retail. Zowel de werkers als de opdrachtgevers sluiten een gebruikersovereenkomst met Temper. Daarnaast stelt Temper modelovereenkomsten ter beschikking en lopen betalingen in de praktijk vrijwel altijd via factoringmaatschappij Finqle.
Volgens Temper zijn de werkers zelfstandige ondernemers die rechtstreeks overeenkomsten sluiten met opdrachtgevers. FNV en CNV zien dat anders. Volgens de vakbonden is sprake van schijnzelfstandigheid en worden de werkers in werkelijkheid door Temper ter beschikking gesteld aan opdrachtgevers.
Bij de beoordeling van de arbeidsrelatie sluit het hof aan bij het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad. Daarbij moet worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang.
Het hof stelt vast dat Temper een veel actievere rol vervult dan die van een neutraal bemiddelingsplatform. Zo sluiten zowel werkers als opdrachtgevers een gebruikersovereenkomst met Temper, stelt Temper modelovereenkomsten ter beschikking en adviseert zij daarvan niet af te wijken. Daarnaast faciliteert Temper de facturering en betalingen middels factoringmaatschappij Finqle, beïnvloedt het platform de tariefvorming door minimumtarieven, stelt zij een vervangingsovereenkomst ter beschikking en schrijft zij een maximum aan uren voor dat de werker per opdrachtgever mag werken.
Volgens het hof is Temper daarmee nauw betrokken bij de wijze waarop de driehoeksverhouding tussen het platform, de werker en de opdrachtgever wordt vormgegeven. Juist vanwege deze intensieve betrokkenheid kan Temper niet worden aangemerkt als enkel een bemiddelingssite, vergelijkbaar met bijvoorbeeld een online marktplaats.
Het hof stelt verder vast dat onvoldoende is betwist dat de werkzaamheden die via Temper worden verricht onderdeel uitmaken van de reguliere bedrijfsvoering van de opdrachtgevers. De werkers verrichten gebruikelijke werkzaamheden binnen de ondernemingen van de opdrachtgevers en ontvangen daarbij instructies die niet wezenlijk verschillen van de instructies aan reguliere werknemers.
Daarmee is volgens het hof sprake van een klassieke uitzendrelatie: de werkers worden door Temper ter beschikking gesteld om onder toezicht en leiding van de opdrachtgever werkzaamheden te verrichten. Daarbij berust de formele aansturing bij Temper, terwijl de dagelijkse leiding en instructies bij de opdrachtgever liggen.
Dat de terbeschikkingstelling vaak van korte duur is, maakt dit volgens het hof niet anders. Ook een eenmalige klus van enkele uren kan kwalificeren als een uitzendovereenkomst.
Ook de overige omstandigheden wijzen volgens het hof niet op zelfstandig ondernemerschap.
Dat werkers zich kunnen laten vervangen, betekent niet dat de verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten ontbreekt. Vervanging komt slechts relatief beperkt voor en is volgens het hof onvoldoende om te concluderen dat werkers zich niet gehouden achten het werk zelf uit te voeren.
Daarnaast lopen de werkers volgens het hof geen commercieel risico, aangezien de werkers hun vorderingen in de meeste gevallen aan Finqle verkopen. Zij krijgen dan hun vergoeding direct betaald tegen inhouding van 2,9%. Bovendien zijn substantiële investeringen door werkers volgens het hof niet aannemelijk vanwege de lage vergoeding en de korte periode waarin de werkers via het platform opdrachten aannemen.
Ook het beschikken over een btw-nummer of een inschrijving bij de Kamer van Koophandel is volgens het hof onvoldoende om ondernemerschap aan te nemen. Het hof merkt daarbij op dat het gemiddelde uurtarief zich zonder nadere toelichting moeilijk laat verenigen met daadwerkelijk ondernemerschap en het maken van winst, nu een ondernemer daaruit nog diverse kosten en risico's moet dragen.
Het Temper-arrest bevestigt opnieuw dat contractuele labels niet doorslaggevend zijn bij de kwalificatie van arbeidsrelaties.
Voor platformbedrijven en andere organisaties die werken met zzp-constructies is deze uitspraak daarom aanleiding om hun samenwerkingsmodellen kritisch tegen het licht te houden. Wanneer een platform een actieve en organiserende rol vervult en werkers feitelijk ter beschikking stelt om onder toezicht en leiding van een opdrachtgever werkzaamheden te verrichten, kan al snel sprake zijn van een uitzendovereenkomst, met alle arbeidsrechtelijke en mogelijk ook fiscale gevolgen van dien.
Heb je vragen over het Temper-arrest, de kwalificatie van arbeidsrelaties of de inzet van zzp'ers en platformwerkers binnen jouw organisatie? Neem dan contact op met Eline Snijders, advocaat Arbeidsrecht en Medezeggenschap, of met een van onze andere specialisten.
Wilt u elke maand een overzicht van juridische updates en blogs in uw mailbox ontvangen? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief!