Blogs / 

Vervaltermijnen in de bouw bij overeenkomsten met consumenten oneerlijk?

Vastgoed & Overheid

5 oktober 2026

Geschreven door

Per van der Kooi

Blog Image

In de bouw wordt veelvuldig gebruik gemaakt van algemene voorwaarden. Denk aan de UAV 2012 en de AVA 2013. Deze (en ook veel andere) voorwaarden bevatten een vervaltermijn. 

Dat betekent dat het recht om de aannemer aan te spreken, vanwege een gebrek, na die termijn vervalt. Een vervaltermijn kan, anders dan een verjaringstermijn, niet worden gestuit. 

In december 2024 heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat een vervalbeding in een overeenkomst met een consument onredelijk bezwarend is en dat de aannemer daarop geen beroep kon doen. De aannemer ging vervolgens in cassatie. Op 25 september jl. deed de Hoge Raad uitspraak.

Oneerlijke bedingen

Op grond van de Europese richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een contractueel beding oneerlijk (en moet dat beding buiten toepassing worden gelaten) als daarover (i) niet afzonderlijk is onderhandeld en (ii) de consument door het beding zonder rechtvaardiging in een aanzienlijk slechtere positie wordt gebracht dan waarin hij zou verkeren zonder het beding.

De casus

Een particuliere opdrachtgever heeft een overeenkomst van aanneming gesloten met een aannemer voor het bouwen van een woning. Op de overeenkomst zijn de AVA 2013 van toepassing. Daarin is (in artikel 16.3) bepaald dat een rechtsvordering vanwege een gebrek niet ontvankelijk is, indien zij wordt ingesteld na verloop van vijf jaren na het verstrijken van de onderhoudstermijn. 

Gerechtshof

Het gerechtshof oordeelde dat dit beding onredelijk bezwarend en oneerlijk is. Het hof overwoog, onder meer, dat de vervaltermijn een wettelijke verjaringstermijn vervangt (die laatste wel kan worden gestuit, daardoor gaat de verjaringstermijn opnieuw lopen), dat het doel van het vervalbeding hetzelfde is als dat van een verjaringstermijn (de aannemer beschermen tegen late vorderingen waartegen hij zich met de jaren moeilijker kan verdedigen) maar dat het vervalbeding voor de consument verdergaande negatieve consequenties heeft en dat, omdat een vervaltermijn niet kan worden gestuit, de opdrachtgever minder tijd heeft om de aannemer te dagvaarden of de zaak te schikken dan bij de wettelijke verjaringstermijnen (die door stuiting kunnen worden verlengd). Daardoor komt de consument in een aanzienlijk slechtere positie dan waarin hij zou hebben verkeerd als de wettelijke regeling van toepassing zou zijn. Zonder dit beding 

Hoge Raad

De Hoge Raad ziet dat anders. Bij de beoordeling of een beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend of oneerlijk (in de zin van de richtlijn) is, komt mede betekenis toe aan de omstandigheid dat een vergelijkbaar beding voorkomt in algemene voorwaarden die in overleg met belangenorganisaties voor consumenten zijn opgesteld. 

Het gaat (dus) niet om de vraag of belangenorganisaties voor consumenten betrokken zijn geweest bij het opstellen van de AVA 2013 (die zijn namelijk eenzijdig vastgesteld door Bouwend Nederland, de branchevereniging van bouwbedrijven) maar of, zoals de aannemer had gesteld, het vervalbeding (of een vergelijkbaar beding) voorkomt in andere algemene voorwaarden die (wel) in overleg met consumentenorganisaties zijn opgesteld. 

Vervalbedingen kunnen dus gebruikt blijven worden in overeenkomsten met consumenten.

Vragen?

Neem bij vragen contact op met Per van der Kooi, advocaat huurrecht.

Nieuwsbrief

Wil je elke maand een overzicht van updates en blogs in jouw mailbox? Klik dan hier om je in te schrijven voor onze nieuwsbrief.