
Het kabinet wil zorgen voor meer rust en duidelijkheid onder zelfstandigen en opdrachtgevers. Daarom heeft het kabinet op 1 oktober 2026 het conceptwetsvoorstel Zelfstandigenwet ter internetconsultatie voorgelegd. Met de Zelfstandigenwet geeft het kabinet antwoord op de vraag: wanneer kan ik in ieder geval met en als zelfstandige(n) werken? Met duidelijke spelregels, moet er een veilige haven ontstaan voor hen die aan deze spelregels voldoen. Wat houdt de Zelfstandigenwet precies in? En wat betekent dat voor opdrachtgevers?
De kern van het voorstel is het creëren van een zogenoemde veilige haven. Als de werker en de arbeidsrelatie aan alle wettelijke voorwaarden voldoen, staat vast dat het gezagscriterium ontbreekt en dat er dus geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarvoor introduceert het wetsvoorstel twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Deze toetsen lichten wij hierna verder toe.
De zelfstandigentoets ziet op de positie van de werker als ondernemer. De werkrelatietoets gaat over de uitvoering van de concrete opdracht. Alleen als aan alle criteria van beide toetsen is voldaan, kan een beroep worden gedaan op de veilige haven.
Daarbij blijft de feitelijke uitvoering bepalend. De veilige haven geldt dus alleen zolang tijdens de opdracht ook feitelijk volgens de criteria wordt gewerkt. Er vindt geen onderlinge weging plaats. Als aan één criterium niet wordt voldaan, biedt de Zelfstandigenwet geen zekerheid.
Dat betekent niet dat de werker dan automatisch werknemer is. In dat geval moet volgens de bestaande regels van artikel 7:610 BW en de bijbehorende rechtspraak (zoals de Deliveroo- gezichtspunten) worden beoordeeld of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Ook buiten de veilige haven kan een werker dus als zelfstandige werken!
De zelfstandigentoets bestaat uit drie criteria. De werker moet aan alle drie voldoen.
1. Meerdere opdrachtgevers: de werker moet in het lopende kalenderjaar en vorige kalenderjaar in totaal tenminste drie verschillende opdrachtgevers (of klanten) hebben gehad. Het moet daarbij gaan om volwaardige opdrachten. Twee kleine opdrachten die uitsluitend worden aangenomen om formeel aan het criterium te voldoen, zijn volgens de toelichting op het wetsvoorstel niet voldoende. Een intermediair geldt in beginsel als één opdrachtgever als de werker via die intermediair bij verschillende klanten of opdrachtgevers werkt.
2. Bedrag voor voorzieningen: de werker moet een minimumbedrag besteden aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s. Daarbij kan worden gedacht aan de volgende voorzieningen:
De werker mag zelf bepalen aan welke voorzieningen het bedrag wordt besteed. De hoogte van het minimumbedrag is nog niet vastgesteld. Dat gebeurt later bij algemene maatregel van bestuur.
3. Basisvoorwaarden zelfstandige: de werker moet voldoen aan basiskenmerken van zelfstandig ondernemerschap:
Ook deze voorwaarden worden nader uitgewerkt in lagere regelgeving.
De werkrelatietoets bevat vier criteria voor de concrete samenwerking.
Opdrachtgevers die een beroep willen doen op de veilige haven, moeten tijdig beoordelen of zowel de werker als de arbeidsrelatie aan de twee toetsen voldoen. Die beoordeling stopt niet bij de start van de opdracht. Als de positie van de werker of de uitvoering van de opdracht verandert, moet opnieuw worden vastgesteld of de veilige haven nog geldt.
De beoordeling van de zelfstandigentoets kan worden ondersteund met een zzp-verklaring, waarin de werker verklaart aan de criteria van de zelfstandigentoets te voldoen.
Het wetsvoorstel ligt tot en met 29 oktober 2026 ter internetconsultatie voor. Het doel is om dit wetsvoorstel in 2027 in beide Kamers te behandelen. De beoogde datum voor inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is 1 januari 2028.
Heb je vragen over de Zelfstandigenwet? Wij denken graag met je mee. Neem contact op met Sietske Bos of Liban Hadi, beiden advocaat arbeidsrecht en gespecialiseerd in flexibele arbeid.
Wilt u maandelijks een overzicht ontvangen van onze nieuwste juridische updates en blogartikelen? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief.