
Mag een gemeente de status van beschermd stadsgezicht intrekken om woningbouw mogelijk te maken? Volgens de Raad van State kan dat, mits de belangen zorgvuldig zijn afgewogen. De uitspraak over de Haagse Drevenbuurt laat zien wanneer woningbouw en leefbaarheid zwaarder mogen wegen dan cultuurhistorische bescherming.
Er zijn verschillende beschermingscategorieën voor gebouwd erfgoed. De meest vergaande vorm van bescherming is de status van monument (rijksmonument of gemeentelijk monument). Een andere veelvoorkomende vorm is de aanwijzing van een verzameling aaneengesloten panden als beschermd stadsgezicht (of in dorpen: beschermd dorpsgezicht). In beschermde stadsgezichten zijn onder andere de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen aan de voorzijde van een pand sterk ingeperkt. Verder kunnen gemeenten in omgevingsplannen extra bouwvoorschriften opnemen voor panden in een beschermd stadsgezicht. In het omgevingsplan is vaak ook bepaald dat bouwen plaatsvindt met inachtneming van de cultuurhistorische waarden, die zijn vastgelegd in het besluit tot aanwijzing van het beschermd stadsgezicht.
Dat een beschermd stadsgezicht minder vergaand wordt beschermd dan een monument wordt geïllustreerd door een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Raad van State”) van 5 augustus 2026. In die uitspraak stond de vraag centraal of een gemeenteraad de status van een beschermd stadsgezicht mag intrekken om ruimte te maken voor woningbouw. Het antwoord van de Raad van State luidde bevestigend.
De casus gaat over de Haagse buurt De Dreven, een naoorlogse uitbreidingswijk. De wijk kreeg van de gemeenteraad van Den Haag in 2004 de status van beschermd stadsgezicht, onder andere vanwege zijn “oorspronkelijke karakter en bijzondere verkaveling”.
Vandaag de dag kampt de wijk echter met forse sociaal-maatschappelijke problemen en een verouderde woningvoorraad die niet meer voldoet aan de huidige duurzaamheidseisen. De gemeente wil de wijk grondig aanpakken. Van de 139 woningen in de buurt moeten er 64 gesloopt en de overige 75 gerenoveerd. Verder moeten er 191 nieuwe woningen worden gebouwd, waarmee het aantal woningen in de wijk naar 266 wordt uitgebreid.
Deze plannen zijn echter onverenigbaar met de status van beschermd stadsgezicht van de wijk. Daarom besloot de gemeenteraad in 2022 de status van beschermd stadsgezicht in te trekken, ondanks dat de gemeentelijke welstands- en monumentencommissie negatief adviseerde.
De vereniging “Vrienden van Den Haag” was het hier niet mee eens en ging in beroep tegen het intrekkingsbesluit. Bij de Raad van State voerde de vereniging aan dat (i) het architectuur- en cultuurhistorische belang van De Dreven zwaarder had moeten wegen en dat (ii) de gewenste herontwikkeling ook had gekund met behoud van het beschermde stadsgezicht.
De Raad van State stelt voorop dat de gemeenteraad beleidsvrijheid heeft bij het intrekken van een aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. Die vrijheid omvat ook de afweging tussen het cultuurhistorisch belang enerzijds en de belangen van volkshuisvesting en leefbaarheid anderzijds. Dat de cultuurhistorische waarden van een beschermd stadsgezicht nog aanwezig zijn, staat volgens de Raad van State aan intrekking op zichzelf niet in de weg.
De Raad van State hechtte waarde aan het uitgebreide onderzoek dat ten grondslag lag besluit aan het van de gemeenteraad. Daarin zijn vier varianten voor renovatie van de wijk geanalyseerd. Alleen de variant waarin de wijk “verdicht” zou worden zou de intrekking van het beschermde stadgezicht vereisen. De overige drie varianten zouden passen binnen het beschermde stadsgezicht. Uit het onderzoek bleek dat juist de verdichte variant veruit de grootste bijdrage levert aan de volkshuisvestelijke opgave. In deze variant wordt niet alleen de sociale woningvoorraad uitgebreid, maar wordt ook differentiatie aangebracht in de woningvoorraad, hetgeen doorstroming bevordert. De gemeenteraad legde volgens de Raad van State ook overtuigend uit waarom renoveren binnen de bestaande beschermde structuur niet volstaat: de problemen met geluid, toegankelijkheid en woningindeling zijn zonder een nieuwe stedenbouwkundige opzet niet op te lossen.
Dat een deel van de doelstellingen ook bereikt had kunnen worden mét behoud van de beschermde status, maakt dit oordeel volgens de Raad van State niet anders.
Ten slotte weegt de Raad van State ook mee dat de gemeenteraad oog heeft gehad voor de cultuurhistorische waarden van de wijk. Diverse kenmerken van het stadsgezicht (waaronder het straten- en bebouwingspatroon) blijven immers behouden in het plan voor herontwikkeling.
Al met al oordeelde de Raad van State dat de gemeenteraad de aanwijzing van De Dreven als beschermd stadsgezicht heeft mogen intrekken.
De uitspraak leest u hier.
In deze kwestie ging het over een beschermd stadsgezicht. Gelet op de inhoudelijke en regelgevende gelijkenissen kan de uitspraak mijns inziens ook worden toegepast op beschermde dorpsgezichten. Echter, of de overwegingen van de Raad van State en de uitkomst ook kunnen worden toegepast op monumenten is onzeker. Want de criteria die de Raad van State hanteert voor intrekking van de aanwijzing van een monument zijn zwaarder.
Wat de “Dreven-uitspraak” laat zien is dat als het belang bij renovatie en woningbouw gedegen wordt onderzocht en onderbouwd, dat de intrekking van een beschermde status van panden dan wel degelijk mogelijk is. Dat geldt zelfs als er ook alternatieven voor renovatie of woningbouw bestaan die passen binnen die beschermde status.
Bezit u een pand in een beschermd stads- of dorpsgezicht, of met een monumentenstatus, en wilt u juridisch advies? Ons team monumentenrecht kan u adviseren. Wij zijn ervaren, deskundig en onder meer specialist op dit gebied. Neem dan contact op met David Wenniger of Jacco van Lint.