Blogs / 

Geen bestuurdersaansprakelijkheid voor mislukken startup, wél voor selectieve betalingen

Ondernemingsrecht

18 juni 2026

Geschreven door

Sonja Geldermans

Blog Image

Op 10 juni 2026 wees de Rechtbank Limburg een interessante uitspraak over bestuurdersaansprakelijkheid bij een failliete startup. De curator stelde dat het bestuur kennelijk onbehoorlijk had gehandeld en daarom aansprakelijk was voor het volledige faillissementstekort. De rechtbank wees die vordering af, maar oordeelde wel dat het bestuur persoonlijk aansprakelijk was voor selectieve betalingen die kort voor het faillissement aan gelieerde partijen waren verricht.

Feiten

De failliete startup ontwikkelde en verkocht een nieuw product, namelijk een “Smart Level System” voor tafels. De onderneming werd gefinancierd door aandeelhouders en externe financiers. Ondanks aanzienlijke investeringen bleef de verkoop achter bij de verwachtingen. Er werden forse verliezen geleden en de liquiditeitsproblemen namen toe.

Tussen het bestuur en de aandeelhouders liepen gesprekken over kostenreducties, aanvullende financiering en een mogelijke herstructurering. Op 9 januari 2024 concludeerde de bestuurder in een e-mail aan de aandeelhouders dat er “niets anders overbleef dan het faillissement aan te gaan vragen”. Uiteindelijk werd het faillissement uitgesproken op 20 februari 2024. De curator stelde vervolgens het bestuur aansprakelijk voor de onbetaalde schulden van de vennootschap. 

Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur

De rechtbank benadrukt dat het inherent is aan het ondernemen om risico’s te nemen. Achteraf onjuist gebleken keuzes zijn nog geen kennelijk onbehoorlijk bestuur. Pas bij roekeloosheid of ernstige onbekwaamheid zal daar sprake van zijn. 

Volgens de rechtbank had de curator onvoldoende concreet gemaakt welke bestuursbeslissingen geen redelijk handelend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zou hebben genomen. Daarbij speelde mee dat sprake was van een startup. Het is niet ongebruikelijk dat een startup weinig eigen kapitaal heeft en voor betaling van de lopende kosten externe financiering moet aantrekken. De financieringen waren tegen gebruikelijke en marktconforme voorwaarden verstrekt. 

Daarnaast had het bestuur actief maatregelen getroffen, zoals het reduceren van kosten en het actief zoeken naar aanvullende financiering. Dat de onderneming uiteindelijk niet winstgevend bleek, maakte nog niet dat het bestuur kennelijk onbehoorlijk had gehandeld.

Selectieve betalingen wél onrechtmatig

De rechtbank oordeelde anders over betalingen die zijn verricht aan gelieerde partijen. Het uitgangspunt is dat het een bestuurder vrijstaat zelf een afweging te maken welke schuldeisers wel of niet worden betaald. Wanneer een faillissement redelijkerwijs te verwachten is, verandert dit uitgangspunt. In dit geval heeft het bestuur nadat zij zelf had aangegeven faillissement aan te zullen vragen, nog betalingen verricht aan gelieerde partijen. Ondertussen bleven andere schuldeisers onbetaald. Daarom werd het bestuur wel veroordeeld tot terugbetaling van de selectieve betalingen aan de faillissementsboedel.

Lessen voor de praktijk 

De uitspraak laat zien dat rechters terughoudend zijn met het aannemen van kennelijk onbehoorlijk bestuur bij startups die simpelweg mislukken. Bestuurders krijgen de ruimte om ondernemingsrisico’s te nemen en daarbij ook fouten te maken. Die ruimte verdwijnt echter zodra duidelijk wordt dat een faillissement onafwendbaar is. Vanaf dat moment moeten bestuurders voorzichtig zijn met betalingen aan zichzelf of aan gelieerde partijen. 

Vragen?

Heeft u vragen over bestuurdersaansprakelijkheid? Neem dan contact op met Sonja Geldermans, advocaat Ondernemingsrecht. 

Nieuwsbrief

Wilt u elke maand een overzicht van updates en blogs in uw mailbox? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief!