
Per 1 januari 2026 is het op 1 januari 2024 in werking getreden nieuw omgevingsrecht gewijzigd. Deze wijzigingen houden onder meer in dat een deel van het overgangsrecht per 1 januari 2026 is vervallen en dat gemeenten geen gebruik meer kunnen maken van de TAM-IMRO-procedure. In deze blog wordt hier verder op ingegaan.
Het overgangsrecht houdt in dat op grond van artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege een omgevingsvergunning gold voor de duur van twee jaar voor een activiteit die onder het oude recht (vóór 1 januari 2024) niet vergunningplichtig was, maar die per 1 januari 2024 onder de Omgevingswet wel vergunningplichtig werd. Een belangrijke voorwaarde voor deze omgevingsvergunning van rechtswege voor de duur van twee jaar was dat deze omgevingsvergunning ophield te bestaan zodra de aard of de omvang van de activiteit wijzigde. Het betrof derhalve een fictief verleende omgevingsvergunning met een geldigheidsduur van twee jaar. Binnen deze termijn van twee jaar had de initiatiefnemer de gelegenheid om alsnog de vereiste omgevingsvergunning aan te vragen en daarop een beslissing te verkrijgen. Feitelijk betekent dit dat, indien de tweejaarstermijn op 1 januari 2026 is verstreken zonder dat een omgevingsvergunning is aangevraagd en verleend, de activiteit op 1 januari 2026 illegaal wordt verricht, aangezien een benodigde omgevingsvergunning dan ontbreekt.
Het voornoemde overgangsrecht was uitsluitend van toepassing op activiteiten die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 onafgebroken (zonder onderbrekingen) en rechtmatig (volgens de geldende regels van het oude recht) werden verricht (artikel 4.14 Invoeringswet Omgevingswet).
Per 1 januari 2026 is het hiervoor beschreven overgangsrecht niet langer van toepassing. Een bedrijf of persoon dat op die datum nog geen nieuwe omgevingsvergunning heeft verkregen, is vanaf 1 januari 2026 in overtreding van artikel 5.1, eerste lid, van de Omgevingswet. In geval van een dergelijke overtreding kan het bevoegd gezag, in het overgrote deel van de gevallen het college van burgemeester en wethouders, handhavend optreden (artikel 18.2 Omgevingswet).
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn een aantal “voorwaarden” en “uitzonderingen” uit oude algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) overgeheveld naar het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In het Bal zijn echter meer algemene regels opgenomen, waardoor veel “voorwaarden” en “uitzonderingen” uit de oude besluiten niet zijn meeverhuisd. Het overgangsrecht had tot gevolg dat de “voorwaarden” en “uitzonderingen” uit de oude besluiten voor bestaande situaties nog maximaal twee jaar golden. Een bedrijf had gedurende deze twee jaar de tijd om zich aan te passen aan de nieuwe situatie of een maatwerkvoorschrift aan te passen. Het overgangsrecht zorgde er dus voor dat een bedrijf die een activiteit verricht en waarvan de “voorwaarden” en “uitzonderingen” niet terug zijn gekomen in het Bal, tot twee jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (dus tot 1 januari 2026), niet aan de nieuwe bepalingen hoefde te voldoen.
Met de wijzigingen van het omgevingsrecht per 1 januari 2026 is het voornoemde overgangsrecht vervallen. Dat betekent dat, indien een bedrijf of een persoon zijn bedrijfsvoering in die twee jaar niet heeft aangepast, dat bedrijf het risico loopt dat mogelijk in strijd wordt gehandeld met het Bal. Het bevoegd gezag bepaalt of, en wanneer het handhavend optreedt, waarbij de standaardregel geldt dat als er concrete zicht is op legalisatie, het bevoegd gezag niet hoeft te handhaven. Zie voor de uitleg van deze algemene regel bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State d.d. 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2492 r.o. 4).
Het overgangsrecht gold voor het Activiteitenbesluit milieubeheer voor de activiteiten lucht (bijvoorbeeld artikel 2.5 lid 1 en 4 Emissiegrenswaarden van stoffen in de stofcategorieën ZZS, sA en gO naar de lucht), bodem (bijvoorbeeld artikel 2.10 lid 1 voor het realiseren van verwaarloosbaar bodemrisico), water (bijvoorbeeld artikel 3.79, lid 4 teeltvrije zone langs een oppervlaktewaterlichaam), geur (artikel 3.167, onder d Voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder), afval (artikel 3.26i, lid 1, 2 en 3 voor het doelmatig beheer van afvalstoffen in een jachthaven) en het uitvoeren van activiteiten in de buitenlucht (bijvoorbeeld artikel 4.32, lid 2). Het overgangsrecht gold ook voor de regels uit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (bijvoorbeeld artikel 6, lid 1 voor een buisleiding op een kwetsbaar object), het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (bijvoorbeeld artikel 44a, lid 4, onder a over zwemwaterkwaliteitsbeoordeling), en het Besluit lozen buiten inrichtingen (bijvoorbeeld artikel 3.1, lid 6 bij het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam).
Een andere wijziging betreft de TAM-IMRO. Per 1 januari 2026 is het voor gemeentes namelijk niet langer mogelijk om het omgevingsplan te wijzigen met TAM-IMRO (oftewel het Tijdelijke Alternatieve Maatregel – Informatie Model Ruimtelijke Ordening). Voor de procedures waarbij vóór 31 december 2025 een ontwerp in een TAM-omgevingsplan ter inzage is gelegd, geldt dat die met een TAM-IMRO procedure mogen worden afgerond. Voor het wijzigen van een Omgevingsplan waarbij de ter inzage legging niet heeft plaats gevonden vóór 31 december 2025, dienen gemeentes te werken met STOP/TPOD (oftewel STandaard Officiële Publicaties/ToepassingsProfielen OmgevingsDocumenten).
TAM-IMRO hield in dat tijdelijk gebruik gemaakt mocht worden van de planvormingstechniek uit de oude Wro onder de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. TAM-IMRO was bedoeld voor gemeenten die nog niet in staat waren het planvormingsdeel van het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) te gebruiken, bijvoorbeeld vanwege publicatieproblemen. Door TAM-IMRO konden gemeentes hun omgevingsplannen toch wijzigen. Per 1 januari 2026 is deze mogelijkheid voor gemeentes dus vervallen en kunnen gemeentes géén gebruik meer maken van de TAM-IMRO.
Heeft u naar aanleiding van deze blog nog vragen over het overgangsrecht? Neem dan contact op met Cindy Koningferander, of een van onze andere advocaten van het Vastgoedteam.
Wilt u elke maand een overzicht van updates en blogs in uw mailbox? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief!