
In de maand voor de medezeggenschap staan wij stil bij de medezeggenschap in diverse sectoren. Deze week richten wij ons op de overheid, met speciale aandacht voor gemeenten. De financiële druk op gemeenten leek de afgelopen jaren samen te komen op één moment: het ravijnjaar 2026. Jarenlang hing een tekort van circa € 2,4 miljard boven gemeenteland. Dankzij extra rijksmiddelen en de septembercirculaire 2025 is dit acute probleem voorlopig bezworen. Gemeenten krijgen hierdoor financiële lucht voor de periode 2025–2027.
Maar wie denkt dat daarmee de zorgen voorbij zijn, vergist zich. De financiële problematiek wordt slechts vooruitgeschoven. Vanaf 2028 lopen gemeenten opnieuw tegen structurele tekorten aan, oplopend tot honderden miljoenen euro’s. Tijdelijke middelen lopen af, terwijl structurele kosten, vooral in het sociaal domein, blijven stijgen. Dit heeft gevolgen voor de organisatie en de medewerkers. Bij een uitstek een onderwerp dus voor de OR.
Voor de medezeggenschap bij gemeenten (OR/GO/PGO) betekent dit: minder “reageren op een adviesaanvraag”, meer strategisch meebewegen met de planning- en controlcyclus, scenario’s en personele impact. De winst ligt dus aan de voorkant.
Daarbij helpt het als de OR pro-actief opereert en niet passief afwacht op adviesaanvragen. Door tijdig mee te denken over scenario’s en de personele impact, kan de medezeggenschap daadwerkelijk richting geven aan de keuzes die gemaakt moeten worden.
De septembercirculaire 2025 en de Voorjaarsnota brachten verlichting: extra middelen, het schrappen van de opschalingskorting en aanvullende jeugdzorggelden. Daarmee zijn de begrotingen voor de korte termijn grotendeels sluitend.
Tegelijkertijd is duidelijk dat veel van deze maatregelen tijdelijk zijn. Vanaf 2028 lopen incidentele rijksbijdragen af, nemen kosten in jeugdzorg en Wmo verder toe en werkt een lagere economische groei door in het gemeentefonds.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten spreekt inmiddels niet meer van een ravijnjaar, maar van een dal. Een dal met bezuinigingen en ingrijpende keuzes die – bij uitstek – [LH1] in ambtelijke organisatie landen.
De OR heeft verschillende strategische instrumenten die hij kan inzetten in de voorfase:
Veel OR’en benutten het artikel 24-overleg naar onze mening onvoldoende. Dat is een gemiste kans. Artikel 24 WOR verplicht tot minstens twee keer per jaar overleg over de algemene gang van zaken en de vooruitblik naar de toekomst. De bestuurder moet in dit overleg mededeling doen over besluiten in voorbereiding (bijvoorbeeld instemmings- of adviesbehoeftige besluiten) en afspraken maken wanneer en hoe de OR wordt betrokken.
Met het artikel 24-overleg kan de OR een vinger aan de pols houden. Op de achtergrond worden immers als “echte” keuzes voorbereid en uitgewerkt in scenario’s, kadernota’s, jaarplannen en programmalijnen. De adviesaanvragen volgen later, maar misschien is de voorfase wel een beter moment om invloed uit te oefenen. In de voorfase is immers meer sturing mogelijk, terwijl een OR die wacht tot de adviesaanvraag wellicht weinig meer kan uitrichten, bijvoorbeeld door het primaat van de politiek.
Besteed in de komende artikel 24-overleggen aandacht aan het ravijnjaar 2028. Bespreek dan in elk geval de volgende onderwerpen:
Tip! Leg de afspraken uit het artikel 24-overleg schriftelijk vast (bijv. als bijlage bij de notulen): welke documenten ontvangt de OR wanneer (kadernota, managementrapportages, risicoanalyses sociaal domein, formatieoverzichten).
De gemeentelijke besluitvorming loopt via vaste momenten (kadernota, programmabegroting, jaarrekening, tussentijdse rapportages). Als je daar als OR op inhaakt, ben je vaak tijdig genoeg om wezenlijke invloed uit te oefenen.
Tip! Zet in je jaarplan ook een “ravijn 2028-dossierlijn”: een doorlopend dossier waarin je alle financiële signalen, scenario’s en personele risico’s bundelt. Zo voorkom je dat je elk kwartaal opnieuw moet beginnen.
Bij gemeenten speelt het politiek primaat: besluiten over de publiekrechtelijke vaststelling/uitvoering van taken vallen in beginsel buiten het overleg, behalve voor zover het gaat om de gevolgen voor het werk van medewerkers.
Kort gezegd: de OR gaat niet over het politieke “wat”, maar wél over het organisatorische en personele “hoe”. Dat neemt niet weg dat de OR aan de voorkant wel kan proberen over dat politieke “wat” mee te denken.
Dat maakt strategische voorbereiding zo belangrijk. Juist bij bezuinigingen of taakverschuivingen wil je er als OR vroeg bij zijn om de personele routekaart te beïnvloeden (fasering, realistische capaciteit, scholing, veiligheid, werkdruk etc). En hoe eerder je betrokken bent, hoe meer invloed je ook kunt uitoefenen op inhoudelijke besluitvorming.
De financiële rust rond 2026 is tijdelijk. Voor gemeenten verschuift de opgave naar de jaren vanaf 2028, waarin structurele keuzes onvermijdelijk zijn.
Een goede OR wacht niet af, maar zoekt proactief de dialoog.
Wil je meer weten of sparren over dit onderwerp? Neem dan contact op met Jan-Pieter Vos, Advocaat Arbeid & Medezeggenschap of Liban Hadi, Advocaat Arbeid & Medezeggenschap.
Wil je elke maand een overzicht van updates en blogs in jouw mailbox? Klik dan hier om je in te schrijven voor de nieuwsbrief!