
Eerder schreef ik een blog over het wetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet. Over dat wetsvoorstel is inmiddels de zogeheten ‘Wetenschapstoets’ verschenen. Die toets is een onderdeel van het wetgevingsproces. De conclusie van de wetenschappers is vernietigend: het wetsvoorstel levert geen echte versterking van de rechtsbescherming op.
De wetenschappers merken op dat een klachtenloket en de Commissie van Aanbestedingsexperts slechts een ‘advies’ kunnen geven, maar niets kunnen afdwingen. Een oplossing afdwingen kan nog steeds alleen de rechter. Daarom oordelen de wetenschappers dat dit onderdeel van het wetsvoorstel niet gaat over rechtsbescherming. Het wetsvoorstel versterkt hooguit de klachtafhandeling.
En over klachtenloketten zijn de wetenschappers niet mild. In hun rapport schrijven zij: “Het nut en de noodzaak van verplichte klachtenloketten is onduidelijk, terwijl twijfels over de onafhankelijkheid en deskundigheid blijven bestaan.”
Het echte probleem wordt dus niet opgelost met het wetsvoorstel. Ondernemers die het oneens zijn met een aanbestedingsbeslissing zijn nog steeds aangewezen op een kort geding. Het wetsvoorstel verandert daar niets aan.
Een belangrijke vraag is dan ook of dit wetsvoorstel daadwerkelijk leidt tot minder procedures, zoals de wetgever beoogt. Dat is allerminst zeker. In de praktijk zie ik nu al dat inschrijvers tijdens een klachtprocedure parallel hun processtrategie voorbereiden. Dat verandert met dit wetsvoorstel niet. Integendeel. De termijnen blijven dusdanig kort dat stilzitten voor de inschrijvers geen optie is. Tijdens de klachtenprocedure moeten zij zich voorbereiden op een kort geding.
De onderzoekers plaatsen nog diverse kanttekeningen, waarvan ik er twee kort zal uitlichten.
Ten eerste wordt een kritische kanttekening geplaatst bij het nieuwe wetsartikel dat als uitgangspunt neemt dat de Commissie van Aanbestedingsexperts binnen 14 dagen een uitspraak zal doen. De wetenschappers zijn daar terecht zeer kritisch over. De wachttijd voor een uitspraak is momenteel een jaar en de Commissie heeft zelf aangegeven dat zij een behandeltermijn van 80 dagen redelijk zou vinden, zo geven zij aan. Op grond van het wetsvoorstel zijn aanbestedende diensten niet gehouden zo lang op een uitspraak te wachten. Na 14 dagen mag de aanbestedingsprocedure van de pauzestand af en mogen zij de aanbesteding hervatten.
Ten tweede merken de wetenschappers iets op dat het wetsvoorstel niet regelt, maar waar de praktijk wel behoefte aan heeft. Namelijk verduidelijking van het zogenaamde Grossmann-verweer. Kort samengevat betekent dit dat een inschrijver zijn recht om te klagen verliest als hij te lang stilzit. Terecht merken de wetenschappers op dat wettelijke regels hierover ontbreken en dat rechters het verweer verschillend toepassen. Dat leidt tot rechtsonzekerheid. Dat het wetsvoorstel hier niets over regelt, is een gemiste kans.
Kortom, meer regels en meer juridische complexiteit, maar de vraag is of de rechtsbescherming er echt beter van wordt.
De volledige wetenschapstoets is hier te lezen.
Heeft u vragen? Neem dan contact op met Menno de Wijs, advocaat Aanbestedingsrecht.
Wilt u elke maand een overzicht van updates en blogs in uw mailbox? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief!