Blogs / 

Hof Amsterdam: Uber chauffeurs kwalificeren niet als werknemers!

Arbeid, Medezeggenschap & Mediation

3 februari 2026

Geschreven door

Liban Hadi

Jaouad Seghrouchni

Blog Image

Op 27 januari jl. heeft het hof Amsterdam zich uitgelaten over de vraag of zes - aan de zijde van Uber gevoegde - chauffeurs werknemer zijn. Volgens het hof is hiervan geen sprake.

Deze uitspraak bevestigt dat de kwalificatie van een arbeidsrelatie altijd afhankelijk is van verschillende omstandigheden van het geval, maar laat ook zien dat de aanwezigheid van (extern) ondernemerschap doorslaggevend kan zijn.

Wat speelde in deze procedure?

In 2021 oordeelde de rechtbank Amsterdam nog dat Uber-chauffeurs werknemer zijn. Hiertegen heeft Uber hoger beroep ingesteld.

Bij het hof kwam een nieuw (en relevant) punt nadrukkelijk op tafel: de betrokken chauffeurs stelden dat zij “echte ondernemers” zijn. Dat riep een principiële vraag op: hoe zwaar weegt ondernemerschap bij de kwalificatie? En kan het ertoe leiden dat chauffeurs die hetzelfde werk verrichten toch verschillend worden beoordeeld? Het hof stelde hierover ‘prejudiciële vragen’ aan de Hoge Raad.

Hoge Raad 2025

De prejudiciële vragen beantwoordde de Hoge Raad als volgt:

  • er geldt geen rangorde tussen de verschillende omstandigheden die relevant zijn voor de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst;
  • het extern ondernemerschap is niet minder belangrijk dan andere omstandigheden;
  • voor het antwoord op de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst, kan m.b.t. hetzelfde (ingebed) werk de aanwezigheid van extern ondernemerschap hét verschil maken.

Het oordeel van het hof Amsterdam: chauffeurs zijn ondernemers

Het hof kwam uiteindelijk tot een duidelijk oordeel: de zes chauffeurs zijn geen werknemer. Doorslaggevend was dat hun ondernemerschap zó zwaar woog dat de balans uitsloeg naar “geen arbeidsovereenkomst”. De volgende omstandigheden speelden daarbij een rol:

  • het hebben van meerdere opdrachtgevers / ritbronnen en wisselende omzetverdeling per platform (soms veel Uber‑ritten, soms juist nauwelijks);
  • het verrichten van eigen acquisitie en het opbouwen van een klantenkring die Uber‑chauffeurs actief onderhouden, bijvoorbeeld via opstappers, vaste klanten of onderaanneming;
  • de keuze van Uber-chauffeurs over de auto en investeringen, zoals het kopen of leasen van een auto, het regelen van een financiering en het kiezen van een voertuig dat aansluit bij de doelgroep waarin zij willen opereren
  • de kosten en risico’s voor Uber‑chauffeurs, waaronder onderhoud, verzekeringen, brandstof, schade en het risico op arbeidsongeschiktheid;
  • het bijhouden van een administratie door Uber-chauffeurs, eventueel met behulp van een boekhouder, het doen van btw-aangifte en gebruikmaken van fiscale voordelen voor ondernemers;
  • het strategisch accepteren of weigeren van ritten op basis van aanrijdtijd, rendabiliteit en piekmomenten.

Geen groep werknemers vast te stellen 

Het hof heeft verder onderzocht of een homogene groep chauffeurs kon worden aangewezen die wél als werknemer kwalificeert. Dat was niet het geval.

FNV had namelijk te weinig concrete feitelijke informatie aangeleverd over de individuele omstandigheden van (groepen) chauffeurs om tot een groepskwalificatie te komen.

Het hof benadrukte wel expliciet: het is niet uitgesloten dat een individuele Uber‑chauffeur, afhankelijk van specifieke omstandigheden, een werknemer is.

Relevantie voor de praktijk

  1. Extern ondernemerschap kan een omslagpunt zijn
    Extern ondernemerschap vormt een volwaardig gezichtspunt bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan dit gezichtspunt maken dat de betreffende persoon niet als werknemer, maar als zelfstandige moet worden aangemerkt. Dit volgt al uit de eerder besproken uitspraak van de Hoge Raad uit 2025 en wordt nu weer bevestigd.  
  2. Kwalificatie blijft maatwerk
    Hetzelfde type werk kan bij verschillende werkenden tot verschillende kwalificaties leiden: de ene werkende wordt als zelfstandige aangemerkt, omdat hij of zij aantoonbaar als ondernemer opereert, terwijl de andere werkende als werknemer wordt gezien, omdat hij of zij feitelijk economisch afhankelijk is en nauwelijks ondernemersrisico draagt.

Meer weten?

Vragen over schijnzelfstandigheid in jouw organisatie? Neem gerust contact op met Jaouad Seghrouchni (Advocaat Arbeid & Medezeggenschap) of Liban Hadi (Advocaat Arbeid & Medezeggenschap).

Nieuwsbrief

Wilt u elke maand een overzicht van updates en blogs in uw mailbox? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief!