
In de maand van de medezeggenschap staan wij stil bij de medezeggenschap in diverse contexten. In deze blog richten wij ons op strategische medezeggenschap binnen concerns. Organisaties opereren steeds vaker in complexe structuren, waarbij strategische keuzes – over bijvoorbeeld de implementatie van AI, duurzaamheid of het beloningsbeleid – vaak op het hoogste niveau in de groep door de aandeelhouder of moedermaatschappij worden genomen, terwijl ze juist impact hebben op lokaal niveau binnen de onderneming van de (in Nederland gevestigde) dochteronderneming. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen de hoogste zeggenschap binnen het concern die de besluiten neemt en de medezeggenschap van de organisatie waar de gevolgen van de concern besluitvorming voelbaar zijn. Hoe kan de lokale OR van de in Nederland gevestigde dochteronderneming gegeven deze situatie strategische medezeggenschap organiseren en maximale invloed uitoefenen op het concernbeleid? Hieronder staan we eerst kort stil bij de medezeggenschapsstructuren binnen concerns, de uitdagingen waar de lokale medezeggenschap binnen concerns mee te maken kan hebben, en een voorbeeld uit de rechtspraak die laat zien hoe dat kan uitpakken. Tot slot geven we 4 tips voor goede medezeggenschap binnen concerns.
Medezeggenschap volgt de zeggenschap. De verantwoordelijkheid voor het ontwerpen van een medezeggenschapsstructuur die bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR ligt bij de ondernemer. In de praktijk blijkt dit vaak een lastige keuze. De ondernemer heeft verschillende opties.
De Nederlandse medezeggenschap kent naast de eigen lokale ondernemingsraad (OR) die overlegt met de lokale WOR-bestuurder, verschillende overlegniveaus elk met een eigen rol en bevoegdheden.
Hierover een greep uit de praktijk met diverse voorbeelden:
Een voorbeeld van complexe concernmedezeggenschap uit de praktijk betreft de recente uitspraak inzake Caterpillar: ‘Het Amerikaanse bedrijf Caterpillar schafte de regeling voor thuiswerken af en stuitte op hevig verzet bij vestiging in Nederland’ waar thuiswerken inmiddels de norm was sinds de pandemie uitbraak.
De Amerikaanse moedervennootschap van het Caterpillarconcern wilde in het kader van het ‘Return-to-Office besluit’ (hierna: RtO) het thuiswerken volledig afschaffen en verzuimde daarbij de OR van de Nederlandse dochtervennootschap om instemming conform art. 27 WOR te vragen. Het door de EOR aangetekende bezwaar werd door het hogere Europese management afgewezen. De OR heeft de nietigheid van dit besluit ingeroepen en in kort geding gevorderd Caterpillar Nederland te verbieden het RtO-besluit uit te voeren.
De kantonrechter oordeelde kortgezegd dat:
Het gevolg was dat het besluit alsnog ter instemming aan de OR moest worden voorgelegd en door de bestuurder van de dochteronderneming moest worden teruggedraaid.
Om vanuit de medezeggenschap van de lokale dochtervennootschap zoveel mogelijk impact te kunnen maken bij concernbeleid hebben we de volgende tips en aandachtspunten:
Dit omdat het ontbreken van een gedegen belangenafweging kan maken dat het besluit niet of niet in ongewijzigde
vorm genomen kan worden en teruggedraaid moet worden.
5. De OR bij een structuurvennootschap heeft een versterkt voordrachtsrecht voor de benoeming van één derde van de raad
van commissarissen. De voordrachtcommissaris is een onafhankelijke commissaris die doorgaans de Nederlandse
(arbeids-)markt en Nederlandse belangen goed voor ogen kan houden zowel voor de lokale ondernemingsbelangen als voor
de lokale werkgelegenheid en daarmee de werknemersbelangen. OR’s moeten van dit recht actief gebruik maken en daar
geen afstand van doen.
Neem voor vragen contact op met Montse Rodríguez Escudero, Advocaat en Mediator Arbeid & Medezeggenschap of Barbara van Dam-Keuken, Juridisch medewerker Arbeid & Medezeggenschap.
Wil je elke maand een overzicht van updates en blogs in jouw mailbox? Klik dan hier om je in te schrijven voor de nieuwsbrief!