Blogs / 

Strategische medezeggenschap in (internationale) concerns

Arbeid, Medezeggenschap & Mediation

24 februari 2026

Geschreven door

Barbara van Dam

Montse Rodríguez Escudero

Blog Image

In de maand van de medezeggenschap staan wij stil bij de medezeggenschap in diverse contexten. In deze blog richten wij ons op strategische medezeggenschap binnen concerns. Organisaties opereren steeds vaker in complexe structuren, waarbij strategische keuzes – over bijvoorbeeld de implementatie van AI, duurzaamheid of het beloningsbeleid – vaak op het hoogste niveau in de groep door de aandeelhouder of moedermaatschappij worden genomen, terwijl ze juist impact hebben op lokaal niveau binnen de onderneming van de (in Nederland gevestigde) dochteronderneming. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen de hoogste zeggenschap binnen het concern die de besluiten neemt en de medezeggenschap van de organisatie waar de gevolgen van de concern besluitvorming voelbaar zijn. Hoe kan de lokale OR van de in Nederland gevestigde dochteronderneming gegeven deze situatie strategische medezeggenschap organiseren en maximale invloed uitoefenen op het concernbeleid? Hieronder staan we eerst kort stil bij de medezeggenschapsstructuren binnen concerns, de uitdagingen waar de lokale medezeggenschap binnen concerns mee te maken kan hebben, en een voorbeeld uit de rechtspraak die laat zien hoe dat kan uitpakken. Tot slot geven we 4 tips voor goede medezeggenschap binnen concerns.

Vormen van de meest voorkomende medezeggenschapstructuren binnen concerns

Medezeggenschap volgt de zeggenschap. De verantwoordelijkheid voor het ontwerpen van een medezeggenschapsstructuur die bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR ligt bij de ondernemer. In de praktijk blijkt dit vaak een lastige keuze. De ondernemer heeft verschillende opties. 

De Nederlandse medezeggenschap kent naast de eigen lokale ondernemingsraad (OR) die overlegt met de lokale WOR-bestuurder, verschillende overlegniveaus elk met een eigen rol en bevoegdheden. 

  • Centrale ondernemingsraad (COR)
    De COR kan zijn ingesteld als een concern bestaat uit meerdere ondernemingen in de zin van de WOR, elk met een eigen OR. De COR behandelt aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor de meerderheid van de ondernemingen waarvoor hij is ingesteld.
  • Groepsondernemingsraad (GOR)
    Een GOR kan binnen een concern worden ingesteld voor een deel van de ondernemingen die samenhang vertonen in aard, structuur en management. De GOR behandelt alleen onderwerpen die specifiek voor deze groep van ondernemingen relevant zijn.
  • Gemeenschappelijke OR (GemOR)
    Als binnen een concern sprake is van meerdere ondernemingen die zo sterk met elkaar samenhangen naar aard structuur en management dat de instelling van afzonderlijke ondernemingsraden niet bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR, kan ook gekozen worden voor een gemeenschappelijke ondernemingsraad (GemOR). Voor een nadere toelichting op de GemOR verwijzen wij naar ons blog ‘Wijziging medezeggenschapsstructuur: Stappenplan voor de instelling van een Gemeenschappelijke Ondernemingsraad’
  • Europese ondernemingsraad (EOR)
    Een EOR moet op grond van de wet (gebaseerd op Europese regelgeving) verplicht worden ingesteld in concerns met ten minste 1.000 EU‑werknemers én 150 werknemers in minimaal twee lidstaten. De EOR heeft informatie‑ en raadplegingsrechten bij grensoverschrijdende besluiten, maar vervangt de Nederlandse OR niet. De EU heeft op 26 november 2025 Richtlijn (EU) 2025/2450 aangenomen, die de regelgeving voor de Europese ondernemingsraden (EOR) wijzigt en de bevoegdheden van de EOR verruimt. De richtlijn is in werking getreden op 31 december 2025. De Europese lidstaten hebben nu tot 1 januari 2028 de tijd om deze EU Richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. 

Waarom is medezeggenschap binnen concerns complex? 

Hierover een greep uit de praktijk met diverse voorbeelden:

  1. Vaak is er onduidelijkheid over wie de bestuurder in de zin van de WOR is.  De lokale OR van de Nederlandse dochteronderneming zit niet altijd met de juiste gesprekspartner aan tafel.
  2. Er is vaak onduidelijkheid over waar de besluitvorming precies plaatsvindt; Besluitvorming binnen concerns vindt vaak via meerdere lagen plaats (lokaal, regionaal, Europees, mondiaal) en het is vaak niet de eigen ondernemer/bestuurder van de lokale dochteronderneming die het besluit neemt. Zo wordt de eigen ondernemer/bestuurder vaak geconfronteerd met besluiten van de moedervennootschap die hij in de eigen onderneming moet doorvoeren. Dat maakt het lastig te bepalen wanneer iets advies- dan wel instemmingsplichtig is en welk medezeggenschapsorgaan (OR, GOR, COR of EOR) bevoegd is. Aan de hand van de leerstukken die zien op ‘toerekening’ en ‘medeondernemerschap’ kan worden bepaald of, en in hoeverre een lokale OR toch advies- dan wel instemmingsrechten kan hebben als het besluit niet door de eigen ondernemer wordt genomen. Omdat dit complexe leerstukken zijn, zullen wij hier in een volgend blog nader op ingaan.
  3. Verschillende bevoegdheden op verschillende niveaus; OR, COR, GOR en GemOR hebben elk andere bevoegdheden. Het vraagt coördinatie om gezamenlijke standpunten te vormen en om op het juiste niveau invloed uit te oefenen. In de reglementen moet dit goed worden geregeld.
  4. Buitenlandse moedermaatschappijen hebben vaak een andere medezeggenschapscultuur waarbij het soms ook zelfs ontbreekt aan medezeggenschapsstructuren binnen de holding of moedermaatschappij. Hierdoor ontbreekt vaak het belang dat hier gehecht wordt aan medezeggenschap en de kennis van de WOR en wordt verzuimd tijdig adviesaanvragen en instemmingsverzoeken te verstrekken.
  5. Centrale besluiten, lokale gevolgen; Besluiten worden centraal genomen, maar de gevolgen spelen lokaal: functies veranderen, processen worden aangepast, technologie wordt ingevoerd.
  6. Complexe informatievoorziening; Omdat besluiten vaak op concern- of holdingniveau worden voorbereid, ontvangt niet alleen de OR maar ook de eigen bestuurder vaak niet automatisch tijdig relevante informatie.
  7. Toezicht op afstand; In concerns zit het toezichthoudend orgaan vaak op groeps- of holding niveau en vindt er niet altijd regulier overleg plaats met de lokale OR. Dat is een gemis omdat zo binnen de driehoek (bestuur-OR en toezichthoudend orgaan) geen informatie en ideeën kunnen worden uitgewisseld over bijvoorbeeld externe ontwikkelingen en strategische onderwerpen als robotisering, duurzaamheid (ook wat betreft personeelsbeleid) en de toekomst van de organisatie. Daarbij komt dat vaak sprake is van toezichthouders die een ‘dubbele pet’ op hebben doordat zij een andere (management) positie bekleden bij de moedermaatschappij, waardoor van echt onafhankelijk toezicht ook niet echt sprake is en de belangen van de moedermaatschappij steeds de prioriteit genieten en voorgaan op lokale belangen.

Een voorbeeld van concernmedezeggenschap uit de rechtspraak

Een voorbeeld van complexe concernmedezeggenschap uit de praktijk betreft de recente uitspraak inzake Caterpillar: ‘Het Amerikaanse bedrijf Caterpillar schafte de regeling voor thuiswerken af en stuitte op hevig verzet bij vestiging in Nederland’ waar thuiswerken inmiddels de norm was sinds de pandemie uitbraak.

De Amerikaanse moedervennootschap van het Caterpillarconcern wilde in het kader van het ‘Return-to-Office besluit’ (hierna: RtO) het thuiswerken volledig afschaffen en verzuimde daarbij de OR van de Nederlandse dochtervennootschap om instemming conform art. 27 WOR te vragen. Het door de EOR aangetekende bezwaar werd door het hogere Europese management afgewezen. De OR heeft de nietigheid van dit besluit ingeroepen en in kort geding gevorderd Caterpillar Nederland te verbieden het RtO-besluit uit te voeren. 

De kantonrechter oordeelde kortgezegd dat:

  • het RtO-besluit als doel heeft om de bestaande arbeidsomstandigheden te wijzigen en dat het besluit daarmee instemmingsplichtig is;
  • de CEO van het Caterpillar-concern niet kan worden aangemerkt als de ondernemer in de zin van art. 1 lid 1 sub d WOR. De mededeling vanuit het Caterpillar-concern kon daarom volgens de rechter ook niet worden aangemerkt als een besluit of mededeling van de Nederlandse bestuurder. Het door de vennootschap aangevoerde argument dat sprake was van een besluit van de moedermaatschappij (mede-ondernemerschap van de concernvennootschap) werd aldus niet aangenomen door de rechter. Caterpillar Nederland had niet onderbouwd dat het de bestendige lijn binnen de gehele Caterpillar-groep was dat vanuit het Caterpillar-concern beslissingen werden genomen die vervolgens door de dochtermaatschappijen, onverkort werden uitgevoerd. 

Het  gevolg was dat het besluit alsnog ter instemming aan de OR moest worden voorgelegd en door de bestuurder van de dochteronderneming moest worden teruggedraaid.

Tot slot: 5 praktische tips voor strategische medezeggenschap binnen concerns 

Om vanuit de medezeggenschap van de lokale dochtervennootschap zoveel mogelijk impact te kunnen maken bij concernbeleid hebben we de volgende tips en aandachtspunten:

  1. Medezeggenschap volgt de zeggenschap. Breng de concernverhoudingen/organisatiestructuur in kaart zodat duidelijk wordt waar de zeggenschap plaatsvindt en welk medezeggenschapsorgaan moet worden betrokken.
  2. Zorg dat het artikel 24-overleg minstens elk half jaar plaats vindt en nodig daarbij ook het toezichthoudend orgaan uit. Zo kan de medezeggenschap steeds tijdig worden betrokken bij de besluitvorming en kunnen procesafspraken worden gemaakt over de formele betrokkenheid van de OR bij advies- en instemmingstrajecten. Ook is dit het overleg bij uitstek waar wordt gesproken over de strategie van de organisatie en het concern als geheel.
  3. Investeer in een sterke relatie met de bestuurder: In een concern helpt een goede samenwerking tussen OR en bestuurder om lokale belangen tijdig en overtuigend binnen de groep naar voren te kunnen brengen. Zorg vanuit (het hoogste niveau van) de medezeggenschap binnen de lokale Nederlandse vennootschap dat er ook contact is tussen de (C)OR en de President van de moedervennootschap.
  4. Maak bij belangrijke voorgenomen besluiten op basis van gewijzigd groepsbeleid met grote impact op de organisatie en medewerkers die leiden tot formele advies- en instemmingstrajecten in de eigen onderneming goed gebruik van de (overleg- en informatie-) rechten die de WOR biedt. Ga steeds actief na in hoeverre het lokale management, in de eigen lokale besluitvorming, een evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt van het eigen ondernemingsbelang afgewogen tegen het groepsbelang. Dit betekent dat de OR:
  • het lokale bestuur moet bevragen op de gemaakte belangenafweging tussen groepsbelang en ondernemingsbelang;
  • het bestuur moet wijzen op tekortkomingen in die afweging;
  • de uitkomst van die belangenafweging expliciet moet opvragen;

         Dit omdat het ontbreken van een gedegen belangenafweging kan maken dat het besluit niet of niet in ongewijzigde       
         vorm genomen kan worden en teruggedraaid moet worden.

  5. De OR bij een structuurvennootschap heeft een versterkt voordrachtsrecht voor de benoeming van één derde van de raad
      van commissarissen. De voordrachtcommissaris is een onafhankelijke commissaris die doorgaans de Nederlandse
      (arbeids-)markt en Nederlandse belangen goed voor ogen kan houden zowel voor de lokale ondernemingsbelangen als voor
      de lokale werkgelegenheid en daarmee de werknemersbelangen. OR’s moeten van dit recht actief gebruik maken en daar
      geen afstand van doen.

Vragen?

Neem voor vragen contact op met Montse Rodríguez Escudero, Advocaat en Mediator Arbeid & Medezeggenschap of Barbara van Dam-Keuken, Juridisch medewerker Arbeid & Medezeggenschap.

Nieuwsbrief

Wil je elke maand een overzicht van updates en blogs in jouw mailbox? Klik dan hier om je in te schrijven voor de nieuwsbrief!